FTN werkt aan continuïteit van textielverzorgingssector
De internationale veiligheidssituatie is de afgelopen jaren ingrijpend veranderd. Geopolitieke spanningen, hybride dreiging en de oorlog in Oekraïne hebben ook in Nederland geleid tot een hernieuwde focus op maatschappelijke en economische weerbaarheid. De rijksoverheid werkt, onder regie van onder meer Defensie en het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, aan scenario’s waarin Nederland te maken krijgt met langdurige verstoringen. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat bedrijven minimaal 72 uur zelfstandig moeten kunnen blijven functioneren bij uitval van elektriciteit, telecom of digitale infrastructuur. Daarnaast wordt nadrukkelijk rekening gehouden met een zogenoemde artikel 5-situatie binnen de NAVO, waarin Nederland direct of indirect betrokken raakt bij een militair conflict.
Voor de textielverzorgingssector zijn dit geen abstracte scenario’s. Wasserijen vervullen een cruciale rol in de continuïteit van zorg, industrie en hospitality. Juist in crisissituaties blijft de behoefte aan schoon linnengoed, bedrijfskleding en beschermende kleding bestaan – of neemt deze zelfs toe. Dat vraagt om voorbereiding.
FTN heeft daarom het initiatief genomen om samen met leden te werken aan een branchebreed weerbaarheidsplan. Daarmee wil de branche zowel individuele bedrijven ondersteunen als de sector als geheel steviger positioneren in het nationale weerbaarheidsbeleid.
Van geopolitiek naar operatie op de werkvloer
Tijdens de startbijeenkomst op 15 januari 2026 in Gorinchem is met vertegenwoordigers uit de sector besproken wat de landelijke scenario’s concreet kunnen betekenen voor wasserijen. Daarbij werd duidelijk dat de impact verder reikt dan alleen het tijdelijk uitvallen van stroom of internet.
In een artikel 5-situatie kan de overheid besluiten om prioriteit te geven aan militaire en vitale logistieke stromen. Dat kan betekenen dat snelwegen tijdelijk worden gereserveerd voor militair vervoer of dat transportcapaciteit van bedrijven wordt gevorderd voor strategische doeleinden. Voor wasserijen, die dagelijks afhankelijk zijn van een fijnmazig distributienetwerk met eigen vrachtwagens en bestelauto’s, raakt dit direct de kern van de bedrijfsvoering.
Daarnaast werd gewezen op minder voor de hand liggende gevolgen. In een crisissituatie waarin bijvoorbeeld opvang van militairen of evacués plaatsvindt, kan de druk op vakantieparken toenemen. Die parken doen op hun beurt een beroep op extra linnengoed en wasserijdiensten. Ook ziekenhuizen kunnen te maken krijgen met een hogere bezettingsgraad, waardoor de vraag naar beddengoed, OK-textiel en bedrijfskleding stijgt. De sector kan dus tegelijkertijd worden geconfronteerd met verstoringen in energie, personeel of transport én met een toenemende vraag vanuit vitale afnemers.
Kritische processen onder de loep
In de sessie is uitgebreid stilgestaan bij de vraag welke processen in wasserijen onder alle omstandigheden moeten blijven draaien. Energievoorziening en watertoevoer werden daarbij als eerste genoemd. Zonder elektriciteit ligt de productie direct stil, terwijl water onmisbaar is voor het wasproces. De vraag is niet alleen hoe lang een bedrijf zonder netstroom kan functioneren, maar ook of er alternatieven beschikbaar zijn, zoals noodaggregaten of afspraken met leveranciers.
Ook de afhankelijkheid van digitale systemen kwam nadrukkelijk aan bod. Planningssoftware, routeoptimalisatie, klantcommunicatie en facturatie zijn in veel bedrijven volledig geautomatiseerd. Uitval van telecom of internet gedurende meerdere dagen heeft daardoor niet alleen operationele, maar ook financiële gevolgen.
Een ander thema is de beschikbaarheid van personeel. In een situatie van grootschalige verstoring kan openbaar vervoer uitvallen of brandstof schaars worden. Medewerkers moeten hun werkplek kunnen bereiken. Tegelijkertijd kunnen er medewerkers zijn met neventaken, zoals reservist bij Defensie, waardoor zij in crisistijd elders worden ingezet. Dat vraagt om inzicht in cruciale functies en vervangbaarheid.
Ten slotte is er de logistiek. Wasserijen werken met retourstromen: schoon textiel wordt gebracht, vervuild textiel wordt tegelijk opgehaald. Die combinatie maakt het moeilijker om distributie eenvoudig uit te besteden of samen te voegen met andere logistieke stromen. Bovendien kan in een oorlogsscenario brandstof gerantsoeneerd worden of kan prioriteit worden gegeven aan andere vervoersstromen.
Een gestructureerde brancheaanpak
FTN heeft ervoor gekozen deze vraagstukken niet uitsluitend bij individuele bedrijven neer te leggen, maar gezamenlijk op te pakken. In het concept-werkplan dat begin dit jaar is opgesteld, zijn drie samenhangende doelen geformuleerd. Allereerst wil de branche komen tot een helder raamwerk voor weerbaarheid: wanneer is de textielverzorgingssector voldoende voorbereid om verstoringen op te vangen? Vervolgens wordt gewerkt aan een branchebreed weerbaarheidsplan dat bedrijven kunnen vertalen naar hun eigen bedrijfscontinuïteits- en crisisplannen. Tot slot zet FTN in op een stevige positionering richting overheid, zodat de maatschappelijke rol van de sector expliciet wordt meegewogen in nationale planvorming. Dan komt de sector ook in aanmerking voor maatwerkafspraken en ondersteuning bij de eventuele maatregelen.
Daarvoor is een stuurgroep Weerbaarheid ingericht met vertegenwoordigers uit verschillende typen bedrijven. Deze groep bewaakt de koers, zorgt voor bestuurlijke afstemming en fungeert als aanspreekpunt richting overheid en ketenpartners. Parallel daaraan wordt een bredere klankbordgroep gevormd, zodat zowel grote als kleinere wasserijen praktijkinput kunnen leveren.
De opzet van het brancheplan sluit aan bij de landelijke handreiking weerbaarheid van VNO-NCW en MKB-Nederland, waarin bedrijven worden gestimuleerd hun ‘kroonjuwelen’ – de cruciale processen en middelen – te identificeren en langs vaste stappen te werken aan voorbereiding en herstel. FTN vertaalt deze generieke benadering naar de specifieke kenmerken van de textielverzorgingssector, waaronder hoge energie-intensiteit, logistieke afhankelijkheid en nauwe verwevenheid met vitale klanten.
Van scenario naar sectoraal plan
Een belangrijk uitgangspunt bij de planvorming is het onderscheid in tijdshorizon. Wat betekent een verstoring van enkele uren? Wat vraagt 72 uur zonder stroom of telecom? En hoe ziet een langdurige crisis eruit waarin structureel schaarste of overheidssturing optreedt?
In de branchebijeenkomst is onder meer besproken dat productie die stilvalt niet eenvoudig kan worden ingehaald. Anders dan in sommige sectoren is er weinig buffer in capaciteit. Dat maakt het noodzakelijk om vooraf na te denken over minimale productievolumes, prioritering van klanten en onderlinge samenwerking tussen wasserijen.
Ook werd benadrukt dat weerbaarheid niet alleen intern is. Toeleveranciers van chemie, verpakkingsmateriaal en energie maken deel uit van dezelfde keten. Als daar verstoringen optreden, werkt dat direct door in de sector. Daarom kiest FTN nadrukkelijk voor een ketenbenadering, waarbij ook leveranciers en grote klanten worden betrokken.
Wat betekent dit voor ondernemers?
Hoewel het branchebrede plan nog in ontwikkeling is, wordt van individuele bedrijven verwacht dat zij hun eigen continuïteitsvragen onder ogen zien. Dat begint bij het in kaart brengen van kritische processen en afhankelijkheden. Hoe lang kan het bedrijf functioneren bij uitval van netstroom? Wat gebeurt er als digitale systemen niet beschikbaar zijn? Wie neemt de leiding in een crisissituatie? En hoe wordt gecommuniceerd met klanten wanneer reguliere kanalen uitvallen?
Daarnaast is het van belang om zicht te krijgen op de eigen rol in een mogelijk opgeschaalde vraag. Als ziekenhuizen of opvanglocaties meer capaciteit nodig hebben, kan dat leiden tot tijdelijke herprioritering van productie. Door hier vooraf over na te denken, kunnen bedrijven sneller en doelgerichter handelen.
Vervolgstappen in 2026
In de komende maanden werkt FTN de scenario’s verder uit en worden concept-richtlijnen opgesteld. Tijdens ledenbijeenkomsten wordt hierover terugkoppeling gegeven en wordt input opgehaald uit de praktijk. Het uiteindelijke doel is een werkbaar, toepasbaar sectoraal weerbaarheidsplan dat rekening houdt met verschillen in schaal, regio en klantportfolio. ■