Wasserijen stoten niet veel stikstof uit. Toch merken steeds meer bedrijven in de textielverzorgingsbranche dat de stikstofcrisis hen raakt. Een verbouwing die niet doorgaat of een vergunning die maar niet komt.
VNO-NCW en MKB-Nederland, de grote ondernemersorganisaties in Nederland, trokken in maart aan de bel bij de Tweede Kamer. De twee grootste ondernemersorganisaties van Nederland behartigen de belangen van bedrijven bij de politiek, van grote multinationals tot kleine zelfstandigen. Samen vertegenwoordigen ze tienduizenden bedrijven in vrijwel alle sectoren. Hun boodschap was duidelijk: Nederland zit op slot. En dat slot raakt niet alleen de boeren van ons land.
Hoe zit het ook alweer?
Al jaren heeft Nederland een stikstofprobleem. Rondom kwetsbare natuurgebieden, zoals de Veluwe en de Peel, mag de uitstoot van stikstof een bepaalde grens niet overschrijden. De overheid gebruikt een rekenmodel om dat bij te houden. Dat model heet AERIUS en bepaalt of een bedrijf een vergunning krijgt of niet.
Het gevolg: duizenden vergunningen liggen stil. Niet alleen voor boerenbedrijven. Ook bedrijven die willen uitbreiden of verduurzamen lopen vast in de papierwinkel.
Dit wil het nieuwe kabinet doen
In januari 2026 presenteerden D66, VVD en CDA hun plannen voor de komende jaren. Stikstof is daarin een groot thema. Het kabinet wil het huidige systeem aanpassen. Niet meer rekenen met een vaste grenswaarde, maar sturen op concrete doelen. In 2035 moet de uitstoot in de landbouw flink omlaag zijn. Lukt dat niet, dan kunnen vergunningen worden ingetrokken.
Er is ook geld vrijgemaakt: 20 miljard euro voor natuurherstel, innovatie en het vlottrekken van vergunningen.
Maar critici zijn sceptisch. Onafhankelijke rekenmeesters concludeerden dat de plannen een stap in de goede richting zijn, maar dat de doelen nog niet worden gehaald. Bovendien heeft het kabinet geen meerderheid in de Tweede Kamer. Voor elk plan is steun van andere partijen nodig.
Stikstofdossier
Christian Lorist van VNO-NCW Midden houdt zich al ruim een jaar intensief bezig met het stikstofdossier. De organisatie vindt dat ze daarin een verantwoordelijkheid heeft. “Het stikstofprobleem houdt Nederland al te lang in een wurggreep”, zegt hij. “Dat moet opgelost worden. En daar hebben wij een verantwoordelijkheid in te nemen.”
Daarmee benadrukt hij meteen dat VNO-NCW geen tegenstander is van maatregelen, maar ook geen blanco voorstander. Op de kritiek op de overheid heeft Christian een nuchter antwoord: er valt van alles op af te dingen, maar het probleem is er. “Het feit is dat het er is en dat we daardoor juridisch serieus met een aantal vraagstukken zitten waar de economie onder te lijden heeft.”
Neem de Veluwe. Gelderland heeft met de grootste aaneengesloten zandvlakte van Nederland te maken. Die natuur moet beschermd worden. Dat vraagt om maatregelen, ook van bedrijven in de buurt.
Tussen boer en fabriek
Een wasserij is uiteraard geen boerenbedrijf. Maar in de wereld van vergunningen en regelgeving valt het wel in dezelfde categorie: een bedrijf dat ruimte nodig heeft, energie gebruikt en soms wil uitbreiden.
De provincie Gelderland heeft rondom de Veluwe een zone ingetekend op de kaart. Een soort ring. Wie zijn bedrijf binnen die ring heeft, krijgt extra maatregelen opgelegd, bovenop wat de landelijke overheid al vraagt. Dat geldt voor boeren, maar ook voor recreatiebedrijven en industriële bedrijven die stikstof uitstoten.
VNO-NCW is daar niet automatisch op tegen. Die maatregelen hebben een doel, zegt Christian: ruimte maken voor nieuwe vergunningen en de druk op kwetsbare natuur verlichten. Maar meewerken doet de organisatie niet zomaar. Samen met brancheverenigingen en een landbouwcollectief stelde VNO-NCW een voorstel voor: de zogeheten botsproef. Voordat maatregelen worden ingevoerd, moet eerst worden aangetoond dat ze in de praktijk werken, haalbaar zijn binnen de tijd en betaalbaar zijn. “We zeggen eigenlijk: we zien deze maatregelen in principe niet zitten, tenzij met botsproeven valt aan te tonen dat ze uitvoerbaar zijn, haalbaar binnen de tijd en betaalbaar.”
En dat bedrijven gecompenseerd worden als ze toch geraakt worden. Die proeven lopen nu bij een achttal bedrijven. Rond mei worden de eerste resultaten verwacht.
Verduurzamen loont niet altijd
De textielverzorgingsbranche heeft de afgelopen jaren flink geïnvesteerd in duurzaamheid. De sector poogt zo min mogelijk water te gebruiken, elektrificeert het wagenpark, neutraliseert CO2-uitstoot en ga zo maar door.
Dat betekent niet dat we worden uitgesloten van eventuele maatregelen. We mogen als sector dan wel geen grote speler zijn op het gebied van stikstof, maar dragen ook ons steentje bij aan de vervuiling.
Het is niet zo dat we als maatschappij een aantal grote uitstoters kunnen uitkiezen om ‘op te offeren’. “Je moet mensen in de gelegenheid stellen te verduurzamen”, zegt Christian. “Maar kijk ook naar wat er gebeurt in een gebied als bedrijven weggaan.”
Niet rangschikken
Christian waarschuwt voor een aanpak waarbij we rangschikken welke bedrijven wel en niet mogen blijven. Het klinkt logisch: dit bedrijf gebruikt veel gas, dus moet het veld ruimen. Maar zo eenvoudig is het niet. “In het ene domein kan het oplossen, maar schade opleveren op een ander domein.”
Hij illustreert dat met een voorbeeld. Steenfabrieken langs de grote rivieren zoals de Rijn winnen klei uit het water om hun stenen te maken. Daarbij verbruiken ze veel aardgas. Maar die kleiwinning helpt de rivieren op diepte te houden, en dat is belangrijk voor de waterveiligheid in Nederland. Verdwijnen die fabrieken, dan moet de overheid dat werk overnemen, met alle kosten van dien. “Je zult dus integraler moeten kijken”, zegt hij.
Voor wasserijen geldt iets vergelijkbaars. Een wasserij gebruikt misschien relatief veel energie, maar draagt ook bij aan een duurzamere samenleving. Kleding die professioneel gewassen wordt, gaat langer mee dan kleding die thuis gereinigd wordt.
Niet zonder pijn, wel met proportie
VNO-NCW belooft niet dat geen enkel bedrijf iets zal merken van de stikstofaanpak. “We gaan niet zeggen dat geen enkel bedrijf ontzien wordt van pijn”, zegt Christian.
“We gaan ons wel maximaal inspannen om zoveel mogelijk bedrijven mee te laten doen zonder vervelende gevolgen.”
Dat betekent: goed overleg, eerlijke compensatie en maatregelen die aantoonbaar werken voordat ze worden opgelegd. Dat is nu eenmaal nodig om Nederland van het stikstofslot te halen. Zo kunnen er bijvoorbeeld nieuwe woningen worden gebouwd.
Niet als eerste
Arthur Linssen, die namens branche-organisatie FTN de textielverzorgingssector vertegenwoordigt, kan zich vinden in het verhaal van Christian.
Wasserijen zijn geen grote stikstofuitstoters. Ze staan niet in de top van vervuilende sectoren. Wie zijn kleding naar een wasserij en stomerij brengt, doet iets goeds. Professioneel wassen is zuiniger dan wassen thuis. Minder water, minder energie, minder slijtage. Wasserijen dragen bij aan circulariteit. Zo zijn we ook deel van de oplossing voor het stikstofprobleem.
Als de sector toch geraakt wordt door nieuwe maatregelen, dan is compensatie geen gunst maar een kwestie van proportionaliteit. “Er als eerste naar ons kijken ligt niet voor de hand”, benadrukt hij. ■

