HÉT INFORMATIEPUNT VOOR WASSERIJEN EN STOMERIJEN

NIEUWS, KENNIS EN INFORMATIE UIT DE BRANCHE

GPSR en etikettering: meer duidelijkheid, maar het dossier is nog niet gesloten

Ruim een jaar geleden trad de Europese General Product Safety Regulation (GPSR) volledig in werking. Destijds was nog onduidelijk welke gevolgen deze nieuwe verordening zou hebben voor de textielservicesector. Zou ieder verhuurd textielartikel voortaan moeten worden voorzien van uitgebreide etiketten? Welke verplich- tingen gelden voor wasserijen en linnenverhuurders? En hoe verhoudt de GPSR zich tot de bestaande Europese textielwetgeving?

Inmiddels is het beeld aanzienlijk helderder. Dankzij navraag van FTN bij het inmiddels verantwoordelijke ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) zijn belangrijke vragen beantwoord. Zo is bevestigd dat verhuurtextiel buiten de Europese regels voor onverkochte voorraad valt. Tegelijkertijd blijkt dat meerdere Europese verordeningen naast elkaar van toepassing zijn, waardoor de juridische beoordeling complexer is dan op het eerste gezicht lijkt.

Dat biedt de sector belangrijke duidelijkheid, maar betekent niet dat het dossier daarmee is afgerond.

Drie Europese verordeningen

De discussie over etikettering wordt bepaald door drie verschillende Europese verordeningen, die ieder een eigen doel hebben.

De General Product Safety Regulation (GPSR) is bedoeld om consumenten te beschermen tegen onveilige producten. Fabrikanten moeten kunnen aantonen dat producten veilig zijn, producten moeten identificeerbaar zijn en gebruikers moeten, waar nodig, beschikken over relevante veiligheidsinformatie.

Daarnaast geldt al langer de Europese Textielverordening (EU 1007/2011), die voorschrijft dat textielproducten informatie bevatten over de vezelsamenstelling.

Sinds 2024 is bovendien de Ecodesign for Sustainable Products Regulation (ESPR) van kracht. Deze verordening bevat onder meer een verbod op het vernietigen van onverkochte consumentenproducten, waaronder textiel.

Juist de samenloop van deze drie regelingen zorgde binnen de textielservicesector voor vragen over de praktische gevolgen.

Verhuurtextiel is geen onverkochte voorraad

Een van de eerste vragen had betrekking op de nieuwe regels rond onverkochte voorraad. Vanaf juli 2026 mogen onverkochte consumentenproducten, waaronder textiel, in principe niet meer worden vernietigd. Voor een sector die jaarlijks grote hoeveelheden textiel vervangt, leek dat verstrekkende gevolgen te kunnen hebben.

FTN legde deze vraag voor aan het ministerie. Na juridische beoordeling volgde een heldere conclusie: verhuurtextiel is geen onverkochte voorraad. Het wordt immers niet verkocht, maar gedurende vele jaren gebruikt binnen een verhuurmodel. Volgens het ministerie sluit deze vorm van hergebruik juist goed aan bij de doelstellingen van de circulaire economie.

Voor wasserijen en textielservicebedrijven betekent dit dat afgeschreven verhuurtextiel niet onder deze specifieke regelgeving valt. Daarmee bevestigt de overheid bovendien dat de Europese wetgever onderscheid maakt tussen de consumentenmarkt en een gesloten circulair verhuursysteem.

De vraag over etikettering

Die conclusie leidde tot een vervolgvraag. Als verhuurtextiel geen consumentenproduct is, betekent dat dan ook dat ieder afzonderlijk artikel niet hoeft te worden voorzien van uitgebreide fysieke etiketten?

Binnen de sector leefde hierover onzekerheid. Sommige bedrijven kregen signalen dat de GPSR mogelijk zou leiden tot aanvullende etikettering met fabrikantgegevens, serienummers of veiligheidsinformatie.

Voor een branche waarin miljoenen textielartikelen tientallen of zelfs honderden wascycli doorlopen, zou dat grote praktische gevolgen hebben. Etiketten slijten, laten los of kunnen het gebruik van textiel belemmeren. Tegelijkertijd beschikken textielservicebedrijven al over uitgebreide digitale registratiesystemen waarmee producten gedurende hun volledige levenscyclus worden gevolgd.

FTN besloot daarom deze vraag rechtstreeks voor te leggen aan de NVWA.

Reactie van de NVWA

De reactie van de toezichthouder biedt op meerdere punten belangrijke duidelijkheid.

Volgens de NVWA is de GPSR bedoeld voor consumentenproducten of producten waarvan redelijkerwijs kan worden verwacht dat consumenten deze gebruiken. Producten die uitsluitend binnen een professionele omgeving worden toegepast, vallen in beginsel niet onder deze verordening.

Daarbij plaatst de NVWA wel een belangrijke kanttekening. Wanneer textiel uiteindelijk wél door consumenten wordt gebruikt, bijvoorbeeld in hotels, zorginstellingen of de hospitalitysector, moet per situatie worden beoordeeld of de GPSR alsnog van toepassing is.

Daarmee maakt de toezichthouder duidelijk dat niet alleen de wijze van levering bepalend is, maar vooral het uiteindelijke gebruik van het product.

De Textielverordening blijft van kracht

Tegelijkertijd benadrukt de NVWA dat de Europese Textielverordening onverminderd van toepassing blijft. De verplichting om informatie over de vezelsamenstelling beschikbaar te stellen blijft gelden wanneer textiel op de markt wordt gebracht, ook binnen zakelijke ketens.

Daarbij geldt echter een belangrijke nuance. Artikel 14, lid 2 van de Textielverordening bepaalt dat deze informatie tussen professionele marktdeelnemers niet noodzakelijk via een fysiek etiket op ieder afzonderlijk textielartikel hoeft te worden verstrekt. De vereiste informatie mag ook worden opgenomen in handelsdocumenten of andere productdocumentatie.

Voor de textielservicesector is juist dat onderscheid van groot belang. De regelgeving verplicht tot het beschikbaar stellen van productinformatie, maar schrijft niet voor dat ieder verhuurartikel een ingenaaid etiket moet bevatten.

Bevestiging van de bestaande praktijk

Voor veel FTN-leden sluit deze uitleg goed aan bij de dagelijkse praktijk. Wasserijen beschikken doorgaans over uitgebreide registratiesystemen waarin herkomst, productspecificaties, batchgegevens, wasprocessen en levensduur worden vastgelegd. Deze informatie is beschikbaar wanneer klanten of toezichthouders daarom vragen.

De uitleg van de NVWA bevestigt daarmee grotendeels de interpretatie die FTN eerder al had gemaakt: de regelgeving vraagt om traceerbaarheid en goede informatievoorziening, maar niet automatisch om extra fysieke etiketten op ieder individueel textielproduct.

Dat neemt niet weg dat bedrijven moeten kunnen aantonen hoe productinformatie beschikbaar wordt gehouden en hoe de traceerbaarheid van producten is georganiseerd.

Ook in Europa leven dezelfde vragen

Nederland staat hierin niet alleen. Via de Europese brancheorganisatie ETSA onderhoudt FTN contact met brancheverenigingen en bedrijven in andere lidstaten.

Daaruit blijkt dat ook elders vragen bestaan over de toepassing van de GPSR binnen de textielservicesector. Veel organisaties kiezen voorlopig voor een voorzichtige benadering en gaan uit van een ruime toepassing van de nieuwe regels, mede omdat de GPSR verschillende bepalingen bevat over productidentificatie, fabrikantgegevens en veiligheidsinformatie.

Tegelijkertijd bestaat veel belangstelling voor de Nederlandse interpretatie. De reactie van de NVWA laat zien dat de GPSR niet los kan worden gezien van de aard van de dienstverlening én van de bestaande Textielverordening. Juist die combinatie maakt de juridische beoordeling complex.

De discussie beperkt zich daarmee niet tot Nederland, maar speelt binnen de gehele Europese textielservicesector.

Vervolg

Hoewel inmiddels veel meer duidelijkheid is ontstaan, is het dossier nog niet afgerond. De NVWA benadrukt namelijk dat uiteindelijk per individuele situatie moet worden beoordeeld of de GPSR van toepassing is. Die open formulering laat ruimte voor verschillende interpretaties in de praktijk.

FTN wil daarom blijven werken aan meer rechtszekerheid voor de sector, zodat leden niet afhankelijk zijn van een beoordeling per afzonderlijk geval.

Daarbij speelt mee dat de overheid de textielservicesector nadrukkelijk erkent als een circulaire sector met een eigen karakter. Binnen de Textieltafel is eerder vastgesteld dat wet- en regelgeving proportioneel moet worden toegepast en rekening moet houden met de specifieke kenmerken van circulaire textieldienstverlening. Volgens FTN ondersteunt dat uitgangspunt ook de wens om voor de GPSR en de etiketteringsregels te komen tot een duidelijke sector-specifieke uitleg.

De Nederlandse bevindingen zijn inmiddels gedeeld binnen ETSA, waar veel belangstelling bestaat voor de gekozen aanpak. De interpretatie van de NVWA en de juridische onderbouwing die FTN heeft opgebouwd, worden inmiddels door verschillende Europese brancheorganisaties gebruikt in gesprekken met nationale overheden en toezichthouders.

Wanneer deze interpretatie ook in andere lidstaten navolging krijgt, kan dat bijdragen aan een meer uniforme toepassing op sectorniveau van de Europese regels binnen de gesloten textielserviceketen. ■

Lees ook

Advertentie