HÉT INFORMATIEPUNT VOOR WASSERIJEN EN STOMERIJEN

NIEUWS, KENNIS EN INFORMATIE UIT DE BRANCHE

Over de grens: Franse en Duitse textielverzorgers balanceren tussen duurzaamheid, personeel en wetgeving

De uitdagingen waar de Nederlandse textielverzor-gingsbranche dagelijks mee te maken heeft, staan niet op zichzelf. Ook in andere Europese landen worstelen wasserijen en stomerijen met stijgende kosten, krapte op de arbeidsmarkt, strengere milieuwetgeving en de noodzaak om te investeren in innovatie.

Voor dit artikel sprak Textielbeheer met collega-vakbladen Entretien Textile (Frankrijk) en R+W Textilservice (Duitsland). Op basis van hun recente publicaties ontstaat een helder beeld: de thema’s zijn grensoverschrijdend.

Wat speelt er in Frankrijk en Duitsland? Waar lopen ondernemers tegenaan? En welke oplossingen worden daar ontwikkeld die ook voor Nederlandse bedrijven relevant kunnen zijn?

Dezelfde druk, andere accenten

Wie de Franse en Duitse berichtgeving naast de Nederlandse situatie legt, ziet duidelijke parallellen.

In alle drie de landen staan energie en kostenbeheersing, duurzaamheid en de circulaire economie, en personeelstekorten en opleiding bovenaan de agenda.

De combinatie van hoge energieprijzen, aangescherpte klimaatdoelen en investeringsdruk zet marges onder spanning. Tegelijkertijd dwingt wetgeving bedrijven om sneller te verduurzamen, terwijl geschikte vakmensen schaars zijn.

In Nederland, Duitsland en Frankrijk is de relatie met de overheid een terugkerend onderwerp: ondernemers vragen om duidelijkheid, haalbare normen en stabiele randvoorwaarden.

DUITSLAND

De redactie van het Duitse R+W Textilservice aan het woord: “Een van de belangrijkste evenementen in 2025 was het jaarlijkse congres van de Duitse Vereniging voor Textielreiniging (DTV). Deze vereniging vierde haar vijftigjarig jubileum. Daar besprak de branche drie urgente thema’s: de aanhoudend hoge energiekosten, duurzaamheid en circulaire economie in de textielreinigingssector en het personeelstekort.”

50 jaar DTV: sector onder druk én in beweging

Tijdens het jubileumcongres van de Duitse Vereniging voor Textielreiniging (DTV) in Berlijn stond de toekomst centraal. De vereniging vierde haar vijftigjarig bestaan, maar richtte de blik nadrukkelijk vooruit.

De sector telt circa 3.600 vooral mkb-bedrijven met gemiddeld vijftien medewerkers. Zij kampen met hoge energiekosten, verduurzaming en een nijpend tekort aan vakmensen. Nog slechts zo’n 120 leerlingen volgen de opleiding tot textielreiniger – veel te weinig voor de behoefte.

De DTV zet daarom in op nieuwe instroomroutes, zoals samenwerking met de Duale Hochschule Baden-Württemberg, deeltijdopleidingen voor zij-instromers en het Jordan Project, dat jongeren uit Jordanië voorbereidt op een vakopleiding in Duitsland.

Energiebeleid en onzekerheid

Hoge gas- en elektriciteitsprijzen, onduidelijkheid over toekomstige energiebronnen en nieuwe regelgeving – waaronder de Energie-efficiëntiewet en aanpassingen van ISO 50001 – zetten wasserijen onder druk.

De branche pleit voor opname op de KUEBLL-lijst voor energie-intensieve en systeemrelevante sectoren, met erkenning van haar rol als essentiële infrastructuur voor de zorg. Ondertussen leiden opties als waterstof, biogas, geothermie en elektrificatie tot investeringsdilemma’s. Zonder duidelijke politieke koers blijft langetermijnplanning moeilijk.

Circulaire economie en producentenverantwoordelijkheid

De DTV ziet kansen in uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV). Textieldienstverleners kunnen retourstromen en recycling versterken door gebruikt textiel te sorteren en als grondstof terug te brengen in de keten.

Het digitale productpaspoort, verwacht vanaf 2027 in de EU, ondersteunt de overgang naar een meervoudige levenscyclus, maar vergroot ook de administratieve lasten.

IT-veiligheid als bedrijfsrisico

Cyberveiligheid kreeg eveneens aandacht. Ook mkb-bedrijven zijn doelwit van ransomware, met grote gevolgen voor productie en levering.

De redactie van R+W Textilservice legt uit waarom het volgende artikel sprekend is voor de branche. “We gebruiken het voorbeeld van de wasserij in Abel om aan te tonen dat het gebrek aan jong talent ook wordt aangewakkerd door systemische problemen. Zo zijn er nog maar vijf beroepsscholen in Duitsland.

Dit betekent dat leerlingen lange afstanden moeten afleggen. Daardoor leidt de wasserij in Abel geen schoolgaande textielreinigers meer op. Tegelijkertijd doet de wasserij er alles aan om haar personeel te behouden – een ander probleem dat de sector treft”.

60 jaar Abel Laundry: familiebedrijf in transitie

Een uitgebreid bedrijfsportret van Abel Laundry in Beieren laat zien hoe een familiebedrijf strategisch omgaat met arbeidsmarkt en verduurzaming.

De wasserij verwerkt dagelijks circa 60 ton wasgoed en telt ongeveer 240 medewerkers uit meer dan dertig landen. Opvallend is dat het bedrijf geen leerlingen meer opleidt via de traditionele beroepsopleiding. De reden is typisch Duits: er zijn nog maar vijf vakscholen in het land, waardoor jongeren grote afstanden moeten afleggen. Voor zestienjarigen is dat praktisch onhaalbaar.

In plaats daarvan kiest Abel voor interne opleiding van zij-instromers, tot en met meesterniveau. Daarmee wordt het klassieke duale systeem deels losgelaten.

Het bedrijf investeert sterk in personeelsbehoud, onder meer via huisvesting voor buitenlandse medewerkers en een bonussysteem bij lage ziekteverzuimcijfers. Het ziekteverzuim ligt met 3,2 procent aanzienlijk onder het Duitse branchegemiddelde.

Techniek en duurzaamheid in praktijk

Abel investeert daarnaast in een nieuwe productielocatie met vergaande automatisering, waaronder vouwrobots en uitgebreide warmteterugwinning. Een warmtekrachtkoppeling levert circa 80 procent van de benodigde elektriciteit, met benutting van restwarmte voor stoomproductie. Een fotovoltaïsch systeem dekt 15 tot 30 procent van de elektriciteitsvraag. Met batterijopslag kan het bedrijf deels autonoom opereren.

Het energieconcept leidde tot een CO2-reductie van 28 procent. Daarmee laat het bedrijf zien hoe Duitse wasserijen duurzaamheid concreet invullen via techniek, zonder het karakter van een familiebedrijf te verliezen.

Desinfectie bij 50 °C: tussen innovatie en regelgeving

Een van de onderwerpen die werden gepresenteerd op de laatste Texcare-vakbeurs in Frankfurt am Main was desinfectie van wasgoed bij 50 °C. Dit is bedoeld om kosten te besparen en tegelijkertijd textiel en het milieu te beschermen. Er is onderzocht of dit proces al in de dagelijkse waspraktijk kan worden toegepast en welke zorgen of obstakels er nog bestaan.

De druk om energie te besparen leidt ook in wasserijen tot de vraag of desinfectie bij lagere temperaturen mogelijk is. Waar thermische processen op 90 °C eerder de standaard waren, zijn chemothermische processen op 60 tot 75 °C inmiddels gangbaar. De volgende stap – desinfectie bij 50 °C of 40 °C – wordt technisch verkend, maar stuit op duidelijke randvoorwaarden.

Nieuwe middelen maken desinfectie bij 50 °C technisch haalbaar. Voor toepassing bij besmettelijk wasgoed uit zorginstellingen is echter goedkeuring volgens de geldende richtlijnen noodzakelijk. Processen bij 50 °C zijn op dit moment niet opgenomen in de officiële lijsten van het Robert Koch-Institut (RKI). Voor ziekenhuistextiel blijven goedgekeurde methoden bij 60 °C of hoger daarmee leidend.

Verlaging van de temperatuur heeft bovendien invloed op het evenwicht tussen tijd, temperatuur, chemie en mechanische actie – de vier factoren van Sinner. Minder warmte vraagt doorgaans om meer chemie of langere inwerktijd. Dat kan gevolgen hebben voor kosten, proceszekerheid en textielbehoud.

Tegelijkertijd bieden lage-temperatuurprocessen kansen voor delicate materialen zoals wol en zijde, die hogere temperaturen slecht verdragen. Voor bewonerswas in zorginstellingen bestaan processen die vanaf 40 °C – en in specifieke gevallen zelfs lager – desinfecterend werken, mits zij voldoen aan de relevante keurmerken en richtlijnen.

Ook de wasmachines spelen een rol. Voorgeprogrammeerde, gevalideerde desinfectieprogramma’s borgen temperatuur, contacttijd en dosering en zijn afgestemd op erkende procedures. Nauwkeurige procesbeheersing is daarbij essentieel.

De discussie laat zien dat innovatie in Duitsland sterk verweven is met normering en certificering. Zonder formele toelating is toepassing in de zorg niet mogelijk.

Waar in Duitsland de nadruk ligt op energiezekerheid en normering, verschuift in Frankrijk de aandacht nadrukkelijk naar waterbeheer, recycling en nieuwe bedrijfsmodellen.

FRANKRIJK

Van de redactie van het Franse branchevakblad Entretien Textile ontving Textielbeheer de volgende artikelen. Het betreft hun best gelezen stukken, die volgens de redactie het meest treffend de problematiek beschrijven waar de Franse stomerij- en wasserijbranche momenteel mee te maken heeft.

Waterrecycling in wasserijen: techniek beschikbaar, regelgeving bepalend

Waterbesparing en hergebruik van proceswater zijn speerpunten voor industriële wasserijen. Stijgende water- en energiekosten, strengere lozingseisen en droogte versnellen verdere optimalisatie. Sinds de jaren negentig is het waterverbruik al met circa 50 procent gedaald dankzij efficiëntere wasprogramma’s, betere dosering en geavanceerde spoeltechnieken.

In moderne wastunnels wordt spoelwater hergebruikt voor voorwas en eerste spoelingen; ook losse machines kunnen met recirculatiesystemen worden uitgerust. Extra besparingen van 25 tot 50 procent zijn technisch haalbaar. Praktijktesten tonen reducties van rond de 40 procent, met gelijktijdig minder energie- en wasmiddelenverbruik. Hergebruik van warm proceswater beperkt bovendien energieverlies en verkort droogtijden.

Zuiveringstechnieken als ultrafiltratie, omgekeerde osmose, elektrocoagulatie en geavanceerde oxidatie verwijderen zwevende stoffen, microvezels, bacteriën en opgeloste verontreinigingen. Een Spaanse pilot liet verwijderingspercentages zien van meer dan 95 procent voor microverontreinigingen en ruim 90 procent voor microvezels, waardoor veilig intern hergebruik mogelijk is.

Aandachtspunt blijft de effluentkwaliteit: minder watergebruik kan hogere DCO- en DBO-concentraties veroorzaken. DCO staat voor Chemisch Zuurstofverbruik (in het Engels: COD – Chemical Oxygen Demand). DBO staat voor Biochemisch Zuurstofverbruik (in het Engels: BOD – Biochemical Oxygen Demand). Beide zijn indicatoren voor de hoeveelheid organische vervuiling in afvalwater (effluent). Innovaties in waschemie en nauwkeurige dosering beperken deze belasting. Grootschalige installaties maken hergebruik van 80 procent of meer van het proceswater mogelijk, wat vooral bij hoog verbruik of hoge waterprijzen economisch aantrekkelijk is.

De techniek is beschikbaar; verdere opschaling hangt vooral af van wet- en regelgeving. Waar een duidelijke juridische basis ontbreekt, is afstemming tussen sector en overheid essentieel. Waterbeheer groeit daarmee uit tot een strategische pijler van duurzaam en toekomstbestendig textielbeheer.

Textielrecycling in beweging: wettelijke plicht vraagt om scherpe keuzes

Sinds 1 januari 2025 zijn bedrijven verplicht textielafval gescheiden in te zamelen. Deze verplichting uit de Franse anti-verspillingswet (loi Agec) past binnen het Europese circulaire beleid. Voor wasserijen en textielverhuurders betekent dit dat afgedankt linnen en werkkleding apart moeten worden ingezameld, verwerkt en aantoonbaar correct afgevoerd.

De regels zijn duidelijk, maar de uitvoering vraagt discipline. Textiel moet volgens het 6/8-stromenbeleid worden gescheiden. Het 6/8-stromenbeleid is een manier om afval – in dit geval textiel – bij de bron gescheiden in meerdere vaste materiaalstromen aan te bieden, zodat hergebruik en hoogwaardige recycling mogelijk worden. Toezichthouders kunnen contracten, opslagbewijzen en verwerkingsattesten opvragen. Bij afkeur door vervuiling moet de aanbieder het proces verbeteren. Interne afspraken en kwaliteitsbewaking zijn daarom cruciaal.

De recyclingtechniek ontwikkelt zich snel: moderne installaties maken nieuwe grondstoffen en chemische recycling van polyester is in opkomst. De markt blijft echter kwetsbaar. De waarde van gebruikte stromen schommelt en begin 2025 was extra steun nodig om delen van de sector overeind te houden. Voor wasserijen kan afvoer dus geld kosten, vooral bij vervuild of complex textiel, terwijl schone katoenstromen soms nog iets opleveren.

Ook hergebruik groeit. Bruikbaar hotel- en zorglinnen krijgt een tweede leven en afgeschreven werkkleding wordt verwerkt tot nieuwe toepassingen. Dit vraagt constante kwaliteit, voldoende volume en efficiënte logistiek. De wettelijke plicht is daarmee meer dan administratie: zij vereist professioneel ketenbeheer. Het moet blijken of markt en infrastructuur de ambities kunnen waarmaken.

Microwasserijen profiteren van groei kortdurende verhuur

De Franse stomerijmarkt kromp in twintig jaar van ruim 8.000 naar minder dan 3.000 bedrijven. Vergrijzing, strengere milieuregels, veranderend kledinggebruik en corona versnelden deze daling. Tegelijk ontstaat ruimte voor nieuwe initiatieven.

Een duidelijke ontwikkeling is de opkomst van microwasserijen, gericht op verhuur via platforms als Airbnb. Door de hoge omloopsnelheid van linnengoed is snelle en flexibele service essentieel. Deze bedrijven opereren lokaal (20–30 km) met doorlooptijden onder 24 uur. Zij werken met flexibele afspraken en afrekening per kilo of artikel. Eigen bezorging, afgiftepunten en digitale orderverwerking ondersteunen dit model. Ondernemers starten met machines van 10 tot 30 kilo en schalen op bij groei. Duurzaamheid speelt vanaf het begin een rol, met water- en energiebesparing en inzet van ecolabel-wasmiddelen.

Microwasserijen moeten voldoen aan dezelfde eisen als grotere wasserijen. Ondanks aandachtspunten als fysieke belasting en personeelswerving laat de Franse ontwikkeling zien dat naast industriële wasserijen ruimte is voor een regionaal, flexibel model. Met de groei van recreatieve verhuur kan deze niche ook elders ontstaan. ■

Lees ook