De lobby-inspanningen van de European Textile Services Association (ETSA) hebben geleid tot een gunstig resultaat binnen het Europese ecodesignkader voor industriële wasapparatuur. Dat blijkt uit het eindrapport van het OEKO-Institut, opgesteld in het kader van de Ecodesign for Sustainable Products Regulation (ESPR).
Maatwerk erkend als uitgangspunt
In het rapport wordt expliciet erkend dat industriële wasapparatuur wezenlijk verschilt van standaard consumentenproducten. Het gaat in de praktijk om maatwerkoplossingen, afgestemd op specifieke bedrijfsprocessen, efficiëntie en prestaties. Hierdoor is een geharmoniseerde norm volgens de onderzoekers niet passend voor deze sector.
Was dit niet erkend, dan moesten nieuwe wasinstallaties bij wasserijen een kostbare duurzaamheidskeuring doorlopen. Dit is met dit lobby-succes van ETSA voorkomen.
Geen nieuwe regelgeving voorzien
Het rapport geeft daarnaast aan dat de Europese Commissie op dit moment geen nieuwe regelgeving, zoals een gedelegeerde handeling, voorbereidt voor deze productgroep. Ook wordt er geen aanvullend effectonderzoek gestart.
Resultaat van gerichte sectorinbreng
De uitkomst sluit aan bij de inzet van ETSA tijdens het consultatieproces met de Europese Commissie en betrokken adviseurs. Daarbij is consequent gewezen op het belang van flexibiliteit en het vermijden van generieke eisen die onvoldoende aansluiten bij de praktijk van industriële wasserijen.
Betekenis voor de sector
Deze ontwikkeling betekent dat toekomstige ecodesigneisen naar verwachting beter aansluiten bij de realiteit van de sector. Daarmee blijft ruimte bestaan voor maatwerk en innovatie binnen industriële wasserijen, zonder dat onnodige of onwerkbare verplichtingen worden opgelegd.
De formele presentatie van de uitkomsten wordt verwacht tijdens een komende bijeenkomst van het ecodesignforum.