HÉT INFORMATIEPUNT VOOR WASSERIJEN EN STOMERIJEN

NIEUWS, KENNIS EN INFORMATIE UIT DE BRANCHE

Professioneel textiel in de circulaire keten van B2B-textielservice

Textieltafel geeft B2B-textielservice een eigen positie in circulaire keten

FTN nam vanaf het begin actief deel aan de Textieltafel en werkte bovendien mee aan de gezamenlijke visie op de toekomstige textielketen. Die inzet heeft ertoe bijgedragen dat de positie van gesloten professionele textielsystemen nu zowel in het eindrapport als in de kabinetsreactie herkenbaar is vastgelegd.

Een keten onder druk

De aanleiding voor de Textieltafel lag vooral bij de verwerking van afgedankt consumententextiel. De hoeveelheid afgedankt textiel groeit, terwijl de gemiddelde kwaliteit terugloopt. Inzamelaars en sorteerders zien hun kosten stijgen en opbrengsten afnemen, terwijl vezel-tot-vezelrecycling nog nauwelijks op schaal plaatsvindt. Nederland zamelt ongeveer de helft van het afgedankte textiel gescheiden in en heeft een relatief sterke positie in sortering en recycling, maar juist die infrastructuur staat financieel onder druk.

Die problemen kwamen al eerder in de nieuwsberichtgeving naar voren. Nieuwsuur meldde begin 2025 dat vezel-tot-vezelrecycling nog maar zeer beperkt van de grond kwam en dat inzamelaars waarschuwden voor een groot verschil tussen de kosten van verwerking en de beschikbare vergoeding. De berichtgeving leidde ook tot Kamervragen over de werking van de UPV Textiel.

Tegen die achtergrond kreeg de Textieltafel de opdracht om voorstellen te doen voor een stabiele en toekomstbestendige circulaire textielketen. Het eindrapport bevat twintig maatregelen, onder meer gericht op meer vraag naar post-consumer recyclaat, financiering van sortering en recycling, betere ketensamenwerking en verbetering van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV).

FTN bracht een ander ketenmodel aan tafel

Voor FTN was vanaf de eerste bijeenkomst duidelijk dat de analyse van afgedankte consumentenkleding niet een op een op de professionele textielservicesector kan worden toegepast. FTN bracht daarom actief het perspectief van wasserijen en textielservicebedrijven in en bracht dat gedurende het traject consequent naar voren.

De kern daarvan is dat bedrijfstextiel en huurtextiel veelal functioneren in gesloten professionele systemen. Producten blijven jarenlang in omloop, worden professioneel onderhouden en gerepareerd en opnieuw ingezet. Vervanging vindt doorgaans pas plaats wanneer dat technisch of functioneel noodzakelijk is. Aan het einde van de gebruiksfase blijven de materialen bovendien binnen een overzichtelijke professionele keten en wordt een groot deel voor recycling aangeboden.

FTN maakte daarmee het onderscheid zichtbaar tussen een open consumentenketen, waarin producten na verkoop uit beeld kunnen raken, en een servicesysteem waarin textiel gedurende een groot deel van zijn levensduur onder regie van professionele partijen blijft. Regelgeving die primair is ontwikkeld rond fast fashion, particuliere consumptie en huishoudelijke textielinzameling hoeft daarom niet automatisch hetzelfde effect te hebben in de B2B-markt.

Meewerken aan de gezamenlijke visie

De inzet beperkte zich niet tot het verdedigen van de eigen sectorpositie. Arthur Linssen, directeur van FTN en vertegenwoordiger van de organisatie aan de plenaire Textieltafel, nam ook zitting in het schrijfteam voor de gezamenlijke visie. Dat team werkte aan het toekomstbeeld voor 2040 en aan de route voor de korte en middellange termijn. FTN behoorde daarmee tot de organisaties die inhoudelijk hebben meegewerkt aan een van de centrale onderdelen van het eindrapport.

In dat toekomstbeeld moet Nederland een strategische schakel worden in de Europese circulaire textielketen, met sterke posities in onder meer sortering, recycling, kennisontwikkeling, technologie en ketenregie. Producten moeten langer meegaan, hergebruik en reparatie krijgen voorrang en materialen die niet opnieuw gebruikt kunnen worden, moeten zo hoogwaardig mogelijk worden gerecycled.

Voor professionele textielservice is vooral relevant dat in die visie ruimte is gekomen voor verschillende ketenmodellen. Dat onderscheid is vervolgens ook expliciet in de aanbevelingen terechtgekomen.

Gaandeweg het werkproces werden twee deeltafels opgezet voor het verder uitdiepen van mogelijke businessmodellen en regelgeving. Hieraan namen namens de sector Nicolet Ketelaar van Blycolin en Hein Barnhoorn en Jan Lamme van Cibutex deel. Dat onderstreept opnieuw de actieve opstelling van de sector.

B2B expliciet erkend

Het eindrapport noemt de B2B-sector een wezenlijk andere categorie en omschrijft gesloten B2B-textiel- en kledingsystemen als een onderscheidende en reeds circulaire keten. Volgens de Textieltafel moeten beleid en regelgeving passend en proportioneel rekening houden met deze sector. Maatregelen moeten aantoonbaar bijdragen aan verdere verduurzaming en mogen geen onevenredige kosten of regeldruk veroorzaken zonder effect op de circulariteit.

Die formulering is voor FTN van betekenis omdat de komende jaren veel regelgeving verder wordt uitgewerkt. Daarbij gaat het onder andere om de UPV Textiel, eco-modulatie, eisen uit de Europese Ecodesign for Sustainable Products Regulation (ESPR) en het Digitaal Productpaspoort.

Ook het kabinet onderkent de bijzondere positie. Bij de evaluatie van de UPV Textiel in 2028 wordt volgens de kabinetsreactie extra aandacht besteed aan de B2B-sector. Daarnaast blijven bedrijfskleding- en textielservicebedrijven vertegenwoordigd in het vervolg van de Ketentafel Textiel.

Dat betekent overigens niet dat de huidige UPV-bijdragen verdwijnen. De bestaande regels blijven gelden. FTN wijst er richting zijn leden dan ook op dat de erkenning vooral een sterkere uitgangspositie biedt voor toekomstige regelgeving en tariefsystematiek; zij verandert de huidige verplichtingen niet direct.

Samenwerking blijft kwetsbaar

Juist op het punt van governance blijft ondertussen zichtbaar waarom de Textieltafel zoveel nadruk legde op betere samenwerking. Nederland kent drie producentenorganisaties voor de UPV Textiel: Stichting UPV Textiel, European Recycling Platform Nederland (ERP) en Collectief Circulair Textiel (CCT). Het kabinet constateerde in juni al dat betere coördinatie tussen producentenorganisaties nodig is en werkt aan randvoorwaarden daarvoor.

Begin augustus werd duidelijk hoe ingewikkeld dat in de praktijk is. Na ruim een jaar overleg is de voorgenomen gezamenlijke communicatiecampagne van de drie producentenorganisaties niet tot stand gekomen. Volgens hen ontstonden verschillen van inzicht over de inrichting van de communicatie. ERP en CCT zetten de ontwikkeling van een publiekscampagne gezamenlijk voort; Stichting UPV Textiel volgt een afzonderlijk traject.

Dat is meer dan een communicatiekwestie. De producentenorganisaties hebben op grond van de UPV ook een verantwoordelijkheid om eindgebruikers te informeren over gescheiden inzameling. Tegelijkertijd zijn zij concurrerende organisaties. De spanning tussen samenwerken aan een goed functionerend stelsel en onderling concurreren was ook tijdens de Textieltafel een belangrijk governancevraagstuk. Het eindrapport constateert dat ketensamenwerking nog onvoldoende plaatsvindt en dat verschillen in uitvoering door producentenorganisaties kunnen leiden tot onzekerheid en versnippering.

Van resultaat naar vervolg

Voor FTN is het werk na het verschijnen van het rapport daarom niet afgerond. Het kabinet wil de opvolging van de aanbevelingen onderbrengen bij de bestaande Ketentafel Textiel, onder een onafhankelijke voorzitter. FTN blijft daar namens de professionele textielservicesector aan deelnemen.

De Textieltafel heeft daarmee niet alle vraagstukken opgelost. Wel is een fundament gelegd dat voor de B2B-textielservice van belang is. Door vanaf het begin aan tafel te zitten, de praktijk van gesloten professionele systemen steeds opnieuw uit te leggen en actief deel te nemen aan de discussie, heeft FTN eraan bijgedragen dat deze sector niet langer alleen als onderdeel van een brede textielketen wordt beschouwd.

De komende jaren moet blijken hoe die erkenning wordt vertaald naar concrete regelgeving. Vooral bij de evaluatie en verdere ontwikkeling van de UPV, eco-modulatie en Europese productregels ligt de volgende opgave: regels zo vormgeven dat ze verduurzaming daadwerkelijk stimuleren en tegelijkertijd rekening houden met ketens die circulariteit al in hun dagelijkse bedrijfsmodel hebben verankerd.