HÉT INFORMATIEPUNT VOOR WASSERIJEN EN STOMERIJEN

NIEUWS, KENNIS EN INFORMATIE UIT DE BRANCHE

Illustratie bij Europese regelgeving over voorraad en labels voor textielservice

EU-regels voor textielservice: duidelijkheid over voorraad en labels

Verhuurtextiel is geen onverkochte voorraad

De Ecodesign for Sustainable Products Regulation (ESPR) bevat vanaf 19 juli 2026 een verbod op het vernietigen van bepaalde onverkochte consumentenproducten, waaronder textiel en schoeisel. FTN heeft bij het ministerie nagevraagd wat dit betekent voor textiel dat niet wordt verkocht, maar door textielservicebedrijven wordt verhuurd of geleased.

Na juridische beoordeling is het antwoord duidelijk: regulier verhuurtextiel valt niet onder het begrip ‘onverkochte voorraad’. Het textiel is immers niet geproduceerd en aangeboden met het doel het te verkopen. Het wordt als bedrijfsmiddel ingezet en daadwerkelijk gebruikt.

Daarmee is het vernietigingsverbod voor onverkochte voorraad in de normale textielservicepraktijk geen aandachtspunt. Textiel dat na intensief gebruik wordt afgeschreven, is iets anders dan kleding die voor verkoop is geproduceerd maar geen koper heeft gevonden.

Wel blijven andere regels voor afgedankt textiel van toepassing. Zo kan de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) relevant zijn wanneer textiel aan het einde van de gebruiksfase wordt afgevoerd.

Als samenstelling en herkomst aantoonbaar bekend zijn, heeft een fysiek label binnen een gesloten B2B-keten geen toegevoegde waarde.

Informatie over vezelsamenstelling blijft verplicht

Een tweede vraag betreft de informatie die op of bij professioneel textiel moet worden verstrekt. De Europese Textielverordening, Verordening (EU) 1007/2011, verplicht bedrijven in beginsel informatie over de vezelsamenstelling te verstrekken wanneer textielproducten op de markt worden aangeboden. Dat geldt ook in een B2B-keten.

Dat betekent echter niet automatisch dat ieder afzonderlijk textielartikel een fysiek ingenaaid etiket moet hebben. Artikel 14, lid 2 van de Textielverordening biedt binnen de toeleveringsketen tussen marktdeelnemers de mogelijkheid om deze informatie via handelsdocumenten te verstrekken.

Voor leden is het onderscheid belangrijk: de informatieverplichting blijft bestaan, maar de informatie hoeft in een zakelijke keten niet in alle gevallen fysiek op ieder artikel te staan. Veel producten in de Nederlandse textielservicesector hebben momenteel dan ook geen label.

GPSR vraagt om nadere afbakening

Ook de General Product Safety Regulation (GPSR) speelt een rol. Deze verordening richt zich op consumentenproducten: producten die voor consumenten zijn bestemd of waarvan redelijkerwijs kan worden verwacht dat consumenten ze gebruiken.

Volgens de NVWA zal de GPSR in beginsel niet gelden voor producten die uitsluitend professioneel worden gebruikt en waarvan ook niet redelijkerwijs kan worden verwacht dat consumenten ze gebruiken. Tegelijkertijd kan de beoordeling anders uitvallen wanneer textiel feitelijk door consumenten wordt gebruikt, bijvoorbeeld in zorg- of hospitalityomgevingen.

FTN vindt dat professioneel textiel binnen een zuivere B2B-dienstverleningsketen niet automatisch hoeft te worden voorzien van fysieke etiketten, zolang de vereiste productinformatie aantoonbaar beschikbaar en herleidbaar is. Over de precieze afbakening en toepassing hiervan blijft FTN in gesprek met het verantwoordelijke ministerie.

Wat betekent dit voor bedrijven?

Voor onverkochte voorraad hoeven textielservicebedrijven binnen het reguliere verhuurmodel geen aanvullende maatregelen te treffen vanwege het ESPR-vernietigingsverbod. Bij etikettering is het vooral belangrijk dat informatie over onder meer vezelsamenstelling en herkomst goed beschikbaar en herleidbaar blijft. FTN informeert leden zodra over de toepassing van fysieke etikettering verdere duidelijkheid beschikbaar is.