HÉT INFORMATIEPUNT VOOR WASSERIJEN EN STOMERIJEN

NIEUWS, KENNIS EN INFORMATIE UIT DE BRANCHE

Illustratie bij de energiebesparingsplicht voor wasserijen en textielreinigers

Energiebesparingsplicht vraagt om tijdige voorbereiding

Bedrijven die per locatie jaarlijks minimaal 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 kubieke meter aardgas(equivalent) gebruiken, vallen onder de energiebesparingsplicht. Zij moeten maatregelen uitvoeren die zich binnen een vastgestelde periode terugverdienen. Die terugverdientijd gaat naar verwachting van vijf naar zeven jaar. Daardoor kunnen vanaf 2027 meer maatregelen verplicht worden, bijvoorbeeld op het gebied van warmteterugwinning, isolatie, ventilatie, perslucht, stoom, verlichting en energiezuinige procesinstallaties.

De ondergrens voor het energiegebruik blijft naar verwachting gelijk. Bedrijven moeten de vernieuwde Erkende Maatregelenlijst op locatieniveau nalopen en rapporteren over gebouwgebonden, facilitaire en procesgebonden maatregelen. De beoogde uiterste indieningsdatum is 1 december 2027. Omdat de terugverdientijd wordt verruimd, zal de lijst waarschijnlijk meer maatregelen bevatten dan tijdens de vorige rapportageronde. Maatregelen die eerder niet verplicht waren omdat de terugverdientijd langer dan vijf jaar bedroeg, kunnen straks alsnog binnen de reikwijdte van de plicht vallen. Dat vraagt om een nieuwe beoordeling van installaties en processen, ook wanneer een bedrijf de vorige informatieronde al volledig heeft doorlopen.

Energiegebruik bepalend voor EED

Ook de Europese Energie-efficiëntierichtlijn, de EED, wordt herzien. Nu wordt de auditplicht nog bepaald door het aantal werknemers en financiële criteria. Straks staat het gemiddelde jaarlijkse energiegebruik van de onderneming centraal.

Bij een verbruik boven 10 terajoule geldt naar verwachting een auditplicht. Boven 85 terajoule wordt een energiebeheersysteem vereist, bijvoorbeeld volgens ISO 50001 of de CO2-Prestatieladder. Bij de berekening moeten alle energiedragers worden meegenomen, waaronder elektriciteit, aardgas, brandstoffen, eigen opwek en zakelijk vervoer in eigen beheer. De nieuwe criteria zijn daardoor vooral relevant voor grotere ondernemingen en concerns. Een audit omvat onder meer een energiebalans, een analyse van het verbruik en een overzicht van mogelijke besparingsmaatregelen.

Van rapportage naar structurele aanpak

Volgens de adviseurs is het verstandig de voorbereiding niet te beperken tot het invullen van een rapportage. Structureel energiemanagement begint met inzicht in het actuele verbruik, de geldende wetgeving en al uitgevoerde maatregelen. Vervolgens kan een verantwoordelijke voor energie worden aangewezen en kan een meerjarige ambitie met een concrete roadmap worden opgesteld.

Daarbij hoort ook het jaarlijks actualiseren van de energiebalans, het analyseren van verbruiken en het vergelijken van geplande en uitgevoerde maatregelen. Zo ontstaat niet alleen een betere voorbereiding op wettelijke verplichtingen, maar ook meer grip op kosten, investeringen en toekomstige verduurzaming. Een vaste jaarlijkse cyclus voorkomt bovendien dat informatie vlak voor een deadline alsnog onder tijdsdruk moet worden verzameld.

Ook netcongestie verdient aandacht. Een analyse van kwartierverbruik, piekbelasting en gecontracteerd vermogen kan zichtbaar maken wanneer overschrijdingen optreden en waar mogelijkheden liggen voor piekvermindering, andere contractvormen of batterijopslag.

De boodschap tijdens de sessie was daarmee vooral praktisch: breng tijdig in kaart welke verplichtingen voor de eigen locaties gelden, wijs intern een eigenaar aan en maak energiemanagement onderdeel van de reguliere bedrijfsvoering.