HÉT INFORMATIEPUNT VOOR WASSERIJEN EN STOMERIJEN

NIEUWS, KENNIS EN INFORMATIE UIT DE BRANCHE

Medewerker aan het werk in een professionele wasserij

Branche betaald de prijs van wereldpolitiek: “We weten niet wanneer het misgaat”

Wassen kost veel energie, het textiel komt grotendeels uit het buitenland en de wasmiddelen worden voor een belangrijk deel gemaakt van grondstoffen uit olie en gas. Daar komt bij dat een groot deel van de aanvoer over zee gaat, precies de routes die nu onder druk staan. Wij vroegen enkele leveranciers en producenten wat ze daar in de praktijk van merken.

Stijging van energieprijzen

Een groot deel van de kostenstijging zit in de energie. Chemieleverancier Kreussler voerde eind maart 2026 een tijdelijke energiekostentoeslag van 15 procent in op het hele assortiment. In het persbericht daarover rekent het bedrijf voor dat de olieprijs sinds december 2025 met zo’n 60 procent steeg en de gasprijs met bijna 80 procent, door de volatiele situatie in het Midden-Oosten. Kreussler zegt er alles aan te hebben gedaan om de klap voor klanten te beperken, maar die niet langer volledig zelf te kunnen opvangen. De toeslag is nadrukkelijk tijdelijk en gaat eraf zodra de markt normaliseert.

Bij Christeyns ligt het knelpunt bij aardgas, maar anders dan veel klanten denken. “In onze industrie komt een groot aantal producten voort uit aardgas, zoals perazijnzuur en industriële zuren”, vertelt Gerard Bakker, Operational Director Laundry Technology. “En zo’n veertig procent van de wereldwijde aardgasvoorraad komt uit Qatar en Iran. Dan is het logisch dat die prijzen de lucht in schieten en alles veel duurder maken.” Belangrijk daarbij: het staat los van de aardgaslevering aan huishoudens en aan de industrie zelf. Juist dat maakt het lastig uit te leggen. “Voor onze klanten wijzigt de aardgasprijs voor het drogen en verwarmen van processen niet of nauwelijks, terwijl de industriële productie van producten wél duurder wordt. We moesten halsoverkop naar onze klanten om aan te geven dat de kosten omhooggingen.”

Ook wasmiddelenproducent BÜFA-Care voelt het aan alle kanten. “Bij de productie van grondstoffen voor onze middelen wordt energie gebruikt, en alleen daarom al zijn onze middelen aanzienlijk duurder geworden”, zegt Matthijs Meinen, accountmanager. “Wij hebben onze prijzen tot maximaal acht procent moeten verhogen.” Dat is voor hem veruit de belangrijkste reden achter de kostenstijging. “En dan komt het transport naar de klant er nog bij.”

Onvoorspelbaar

De prijzen schommelen bovendien sterk. Gerard maakt dat van dichtbij mee. “Toen er een vredesdeal leek te komen, reageerde de markt positief. Twee weken lang zag ik de prijzen flink dalen, en ik wilde een deel van de verhoging alweer terugdraaien. En toen vlogen er weer bommen rond.” Zijn conclusie is nuchter. “We weten gewoon niet wanneer het misgaat.”

Matthijs herkent die grilligheid, en probeert die juist buiten de deur te houden. “Met klanten die bepaalde basischemie afnemen, hebben we prijsafspraken gemaakt waarmee ook sterke prijsverhogingen zijn gedekt. Zo weten beide partijen vooraf waar we aan toe zijn.” Op een stabiele markt rekent hij voorlopig niet. “Vroeger sloegen we weleens een jaar met prijsverhogingen over. Nu moet je echt nadenken over de langere termijn”, vertelt hij.

Ook het textiel zelf wordt geraakt. “Alles wat van olie afhangt, is duurder geworden”, legt Martijn Witteveen, technisch manager van textielproducent Dibella uit. “De prijs voor paraxyleen en monoethyleenglycol, de grondstoffen voor polyester, is door de oorlog omhooggegaan. En omdat de prijzen van katoen en polyester elkaar volgen, steeg katoen mee.” Hij noemt concrete cijfers. “Sinds het conflict zijn polyester en katoen zo’n dertig procent duurder. In dollars ging katoen 28,5 procent omhoog, in euro’s zelfs 33 procent, want de wisselkoers werkt nu tegen ons. Polyester ging van 97 cent naar 1,30 euro.” Dat de aanvoer stokt, merkt Gerard ook bij zijn klanten. “Textiel wordt voor de afgesproken prijs soms niet geleverd. Is er niet betaald, dan wordt het van het schip gehaald en moet je wachten. Wil je tienduizend kilo linnengoed inkopen, dan heb je soms geen andere keuze.” Dan zit er soms niets anders op dan meer te betalen.

Omvaren en lage waterstanden

Een tweede grote kostenpost is het transport. “De transportkosten zijn flink gestegen, mede doordat de schepen omvaren en de route langs Egypte mijden”, zegt Martijn. “Door langere reistijden, meer olieverbruik, en omdat de verzekeringen van de boten omhooggeschoten zijn.” Daarbovenop komt nu ook de lage waterstand. “Nu komen daar uitvallende schepen bij en lage waterstanden die tot december kunnen aanhouden. Dan moet het over de weg, met alle beperkingen en dieselprijzen die daarbij komen kijken.” Matthijs ziet datzelfde risico bij de aanvoer naar de eigen fabriek. BÜFA-Care maakt zijn wasmiddelen in het Duitse Oldenburg. “Als goederen niet meer over de rivieren kunnen, moet het via de weg. Dan duurt het langer voordat het bij de klant is. Die problemen hebben wij nu nog niet, maar het kan zomaar gebeuren.”

En de rekening valt niet voor iedereen gelijk uit, waarschuwt Gerard. “De transportkosten lopen op door kilometerheffing of aanschaf van dure elektrische vrachtwagens. Grote partijen kunnen dat wellicht dragen, maar kleinere wasserijen worden ermee opgezadeld.” Daar komt bij dat dit ook de voorraad treft. Wanneer die weer op peil is, is vaak onduidelijk. “Vraag ik mijn inkopers naar onderdelen in backorder, dan weten de toeleveranciers zelf ook niet wat de levertijd is”, vertelt Gerard. “Bij klanten ontstaat daar onbegrip, en langzaam ook gelatenheid. Het wordt normaal dat je niet weet wanneer je onderdelen kunt leveren.”

Hij maakt zich intussen ook zorgen over een ander thema: water. “Bij warme zomers komt er minder vers water uit Duitsland en België het land in, en dan wordt de Rijn slechter bevaarbaar”, zegt hij. “Drinkwaterbedrijven laten in zo’n situatie andere sectoren voorgaan, terwijl van het Hoogheemraadschap steeds minder grondwater mag worden opgepompt. En ondertussen draait de hele gezondheidszorg op onze was.” Ook waterzuivering kost energie, en zo grijpen de problemen in elkaar. Dat maakt de keten kwetsbaar.

Energietransitie

De crisis raakt ook de verduurzaming. Sommige maatregelen die kosten zouden besparen, lopen vast op het overvolle stroomnet. “De overheid pusht elektrisch vervoer, maar de elektra is er niet”, zegt Gerard. “Wie nu nog zonnepanelen wil leggen, raakt de aansluiting soms kwijt.”

Bij BÜFA-Care is het wagenpark sinds 2021 volledig elektrisch en dit jaar wordt de eerste elektrische vrachtwagen geleverd. Zonnepanelen liggen op het kantoor en op de nieuwe hal voor lege emballage. “Op het magazijn waar onze chemie is opgeslagen, mag dat niet”, zegt Matthijs. Maar met eigen opwek en elektrisch transport valt een deel van de gestegen energiekosten te compenseren.

Prijzen worden doorberekend

De hogere kosten worden doorberekend, maar de manier waarop verschilt per bedrijf. Dibella hield de prijzen van 2024 op 2025 gelijk en stond in maart op het punt ze te verlagen, tot de prijsschommelingen dat onmogelijk maakten. Met grote klanten worden de tarieven vaker bijgesteld, afhankelijk van de afspraken. BÜFA-Care voerde voor het eerst in twee jaar weer een prijsverhoging door, en denkt na over de langere termijn. En Kreussler koos voor een toeslag die eraf gaat zodra de markt het toelaat.

De houvast is in elk geval ver te zoeken. In zo’n markt wordt het belangrijker met wie je zakendoet. Martijn hecht daarom aan vaste partners, die geen trucjes uithalen om van de situatie gebruik te maken. Dat is niet overbodig, want Gerard ziet ook het omgekeerde gebeuren. “Er zijn partijen in de wereld die er een slaatje uit slaan.” Hij doelt op leveranciers en tussenhandelaren die de schaarste en de onzekerheid aangrijpen om hun prijzen extra op te drijven. “Een vat Brent-olie stond in 2023 en 2024 net zo hoog als nu, terwijl eenieder veel meer betaalt aan de pomp. Oliemaatschappijen maken recordwinsten.”

Wat rest is realisme. “Iedereen heeft ermee te maken, voor ons is het niet anders dan voor een ander”, vat Matthijs samen. De branche kan de wereldpolitiek niet bijsturen, maar wel bepalen hoe hard die doorwerkt op de werkvloer: door verder vooruit te kijken dan een kwartaal, risico’s duidelijk vast te leggen en te blijven investeren in wat de afhankelijkheid van olie, water en gas verkleint.